Bloeddruk hartritme atriumfibrilleren

CHA₂DS₂-VASc score uitgelegd: hoe artsen beroerterisico bij AFib berekenen

Femke De Vries Femke De Vries
· · 8 min leestijd

Stel je voor: je hart slaat een slag over. Niet zo’n enkele keer, maar het voelt alsof het continu in de knoop zit. Je bent moe, je bent kortademig en je voelt je onrustig.

Inhoudsopgave
  1. Wat is atriumfibrilleren (AFib) precies?
  2. Waarom is een risicoscore nodig?
  3. Hoe werkt de CHA₂DS₂-VASc score?
  4. Hoe de score het risico vertaalt
  5. De implicaties: Wat betekent dit voor de behandeling?
  6. Veelvoorkomende valkuilen en nuances
  7. De toekomst van risico-inschatting
  8. Conclusie: Een score die levens redt

Dit kan wijzen op atriumfibrilleren, afgekort AFib. Het is een veelvoorkomende hartritmestoornis waarbij de bovenste kamers van het hart (de atria) niet meer samentrekken zoals het hoort, maar onregelmatig en chaotisch trillen.

Hoewel het op zichzelf vaak niet direct levensbedreigend is, brengt het een stille sluipmoordenaar met zich mee: een beroerte. Om dit risico in te schatten, gebruiken artsen een handig hulpmiddel: de CHA₂DS₂-VASc score. In dit artikel lees je precies hoe deze score werkt, wat de getallen betekenen en hoe het de behandeling bepaalt.

Wat is atriumfibrilleren (AFib) precies?

Normaal gesproken pompt je hart bloed in een ritmische flow: bovenkamers (atria) pompen bloed naar de onderkamers (ventrikels), die het dan weer naar de longen en de rest van het lichaam stuwen. Bij AFib verloopt dit proces niet meer soepel.

De elektrische signalen in de bovenkamers ontregelen, waardoor de hartspier ongecoördineerd samentrekt.

Je voelt dit soms als een ‘hapering’ of een razendsnelle hartslag, maar het kan ook zonder klachten optreden. Het gevaar zit ‘m in de bloedstroom. Omdat de atria niet goed meer samentrekken, kan er bloed stagneren.

Stilstaand bloed heeft de neiging om te klonteren en stolsels te vormen. Zo’n stolsel kan losraken, via de bloedbaan naar de hersenen reizen en een afsluiting veroorzaken: een beroerte. Daarom is het inschatten van dit risico voor artsen net zo belangrijk als het volgen van de weersvoorspellingen voordat je een zeiltocht maakt.

Waarom is een risicoscore nodig?

Niet iedereen met AFib heeft even veel kans op een beroerte. De ene patiënt is 50 jaar, fit en gezond, de ander is 80 jaar, heeft diabetes en een hoge bloeddruk.

Zonder een gestructureerde methode zou het lastig zijn om te bepalen wie antistollingsmedicijnen nodig heeft en wie niet.

Te weinig medicijnen geven, vergroot het risico op een beroerte. Te veel geven, vergroot het risico op bloedingen. De CHA₂DS₂-VASc score biedt hierin duidelijkheid. Het is een standaardinstrument dat wereldwijd wordt gebruikt om het jaarlijkse beroerterisico in te schatten.

Hoe werkt de CHA₂DS₂-VASc score?

De naam ziet er ingewikkeld uit, maar het is eigenlijk gewoon een acroniem. Elk lettertje staat voor een specifieke risicofactor. Door deze factoren bij elkaar op te tellen, krijg je een totaalscore.

Hoe hoger de score, hoe groter het risico op een beroerte. Laten we de factoren één voor één bekijken.

De punten: 1 punt per factor

De score bestaat uit twee delen: risicofactoren die 1 punt opleveren en factoren die 2 punten waard zijn. Voor de volgende eigenschappen krijgt een patiënt 1 punt:

  • C (Congestief hartfalen): Hartfalen betekent dat het hart moeite heeft om voldoende bloed rond te pompen.
  • H (Hypertensie): Een hoge bloeddruk. Dit is een van de meest voorkomende risicofactoren.
  • A (Age ≥ 75 jaar): Leeftijd is een onverbiddelijke factor. Vanaf 75 jaar stijgt het risico aanzienlijk.
  • D (Diabetes mellitus): Type 1 of type 2 diabetes vergroot de kans op vaatwandbeschadiging en stolsels.
  • V (Vascular disease): Dit omvat aandoeningen zoals een vernauwing van de kransslagaders, een eerdere hartaanval of een verwijde aorta.
  • A (Age 65-74 jaar): Naast de groep ouder dan 75, telt ook de leeftijdscategorie tussen de 65 en 74 jaar mee voor 1 punt.
  • S (Sex category): Hier gaat het specifiek om het vrouwelijke geslacht. Vrouwen hebben een licht verhoogd risico vergeleken met mannen.

De punten: 2 punten per factor

Deze factoren wegen zwaarder en leveren dus 2 punten op: Let op: In de praktijk worden de ‘S’ en ‘C’ vaak anders geïnterpreteerd in de literatuur, maar de meest gangbare klinische toepassing voor de score in Nederland en België (volgens de ESC-richtlijnen) richt zich op de hierboven genoemde combinaties. De officiële afkorting CHA₂DS₂-VASc staat voor: Congestief hartfalen, Hypertensie, Age (75+), Diabetes, Stroke (2x), Vasculaire ziekte, Age (65-74), Sex category.

  • C (CVA/TIA): Een eerdere beroerte (CVA) of een voorbijgaande aanval van krachtverlies of verwardheid (TIA). Dit is de grootste risicoverhogende factor.
  • S (Severe liver disease): Ernstige leveraandoeningen (niet te verwarren met milde leververvetting).

Hoe de score het risico vertaalt

Nadat de arts alle punten heeft opgeteld, ontstaat er een getal. Dit getal correleert met het jaarlijkse risico op een beroerte.

Hoewel dit per persoon verschilt, geven onderzoeken een goed beeld van de gemiddelde risico’s. Een score van 0 bij een man of 1 bij een vrouw (vanwege het ‘Vrouw’-punt) wordt beschouwd als een laag risico. Hier is meestal geen antistolling nodig.

Zodra de score stijgt naar 1 bij een man of 2 bij een vrouw, neemt het risico toe.

  • Score 0 (man) of 1 (vrouw): ± 1,6% risico per jaar.
  • Score 1 (man) of 2 (vrouw): ± 2,4% risico per jaar.
  • Score 2 (man) of 3 (vrouw): ± 3,8% risico per jaar.
  • Score 3 (man) of 4 (vrouw): ± 5,6% risico per jaar.
  • Score 4 (man) of 5 (vrouw): ± 7,3% risico per jaar.
  • Score 5 (man) of 6 (vrouw): ± 9,3% risico per jaar.

Vanaf een score van 2 (bij mannen) of 3 (bij vrouwen) is het jaarlijkse risico op een beroerte duidelijk verhoogd en is antistolling eigenlijk altijd geïndiceerd, tenzij er sprake is van een hoog bloedingsrisico. De cijfers liegen niet. Onderzoek toont aan dat het jaarlijks beroerterisico per CHA₂DS₂-VASc score ongeveer als volgt verloopt: Deze percentages laten zien dat bij een score van 4 of hoger, het risico op een beroerte reëel is. Ter vergelijking: bij een score van 0 is het risico zo laag dat de nadelen van antistolling (bloedingsrisico) vaak zwaarder wegen dan de voordelen.

De implicaties: Wat betekent dit voor de behandeling?

De CHA₂DS₂-VASc score is de hoeksteen van de behandeling van AFib. Het antwoord op de vraag “moet deze patiënt antistolling krijgen?” wordt vaak direct uit deze score afgeleid.

Antistolling: ja of nee?

Voor mannen met een score van 0 en vrouwen met een score van 1 (uitsluitend het vrouw-zijn) is het advies meestal: geen antistolling. Wel is het belangrijk om de risicofactoren die je kunt beïnvloeden, zoals hoge bloeddruk of diabetes, goed te beheersen. Bij een score van 1 voor mannen of 2 voor vrouwen wordt antistolling vaak wel overwogen, maar de keuze is soms afhankelijk van persoonlijke voorkeuren en andere risico’s.

Vanaf een score van 2 (mannen) of 3 (vrouwen) is antistolling eigenlijk standaard, tenzij er sprake is van een zeer hoog bloedingsrisico (wat apart wordt gewogen).

Welke medicijnen?

De tijd dat alleen Marcumar (fenprocoumon) werd gebruikt, is grotendeels voorbij. Tegenwoordig schrijven artsen vaker DOAC’s voor (Direct Oral Anticoagulants). Dit zijn moderne bloedverdunners zoals: De keuze voor een specifiek medicijn hangt af van de nieren, de leeftijd en soms de voorkeur van de patiënt. De CHA₂DS₂-VASc score helpt hierbij de noodzaak te bepalen, maar de uiteindelijke pil wordt gekozen op basis van het individuele profiel.

  • Dabigatran (Pradaxa)
  • Rivaroxaban (Xarelto)
  • Apixaban (Eliquis)
  • Edoxaban (Lixiana)

Veelvoorkomende valkuilen en nuances

Hoewel de score zeer nuttig is, is het geen bijbel. Er zijn een paar nuances belangrijk om te begrijpen.

Vrouw-zijn als risicofactor: Vrouwen krijgen standaard 1 punt puur omdat ze vrouw zijn. Dit is gebaseerd op epidemiologisch onderzoek dat aantoont dat vrouwen met AFib een iets hoger risico op beroerten hebben dan mannen met dezelfde leeftijd en aandoeningen. Echter, bij mannen tellen andere factoren vaak zwaarder.

Een 70-jarige man met diabetes en een hoge bloeddruk heeft al snel een score van 3, terwijl een gezonde 70-jarige vrouw (leeftijdspunt + vrouw-punt) op 2 punten komt. De score is dus een hulpmiddel, geen absolute waarheid.

Leeftijd: De factor ‘leeftijd’ is logisch, maar soms verwarrend. Iedereen van 65 jaar of ouder krijgt minimaal 1 punt.

Is de patiënt 75 jaar of ouder? Dan komen er 2 punten bij. Dit betekent dat een 76-jarige automatisch een score van 2 heeft, zelfs als hij verder gezond is. Overige risicofactoren: De score neemt niet alles mee.

Factoren zoals roken, overgewicht, alcoholgebruik en een verhoogd cholesterol zitten niet in de score verwerkt. Desondanks spelen ze een belangrijke rol in het algehele hart- en vaatziekterisico. Een arts zal altijd naar het totaalplaatje kijken, niet alleen naar de getallen.

De toekomst van risico-inschatting

De CHA₂DS₂-VASc score bestaat al een tijdje en is uitgegroeid tot de gouden standaard.

Toch staan we niet stil. Onderzoekers kijken naar manieren om de score nog verder te verfijnen. Denk aan het toevoegen van biomarkers (stofjes in het bloed) of het meenemen van genetische aanleg. Ook de ontwikkeling van apps en digitale hulpmiddelen voor artsen (en soms patiënten) maakt het berekenen van de score sneller en eenvoudiger.

Een andere ontwikkeling is de focus op het bloedingsrisico. Antistolling voorkomt beroerten, maar kan leiden tot ernstige bloedingen.

Daarom gebruiken artsen naast de CHA₂DS₂-VASc score soms ook de HAS-BLED score.

Dit is een score die het risico op ernstige bloedingen inschat. Het doel is altijd een balans te vinden: genoeg bescherming tegen beroertes, maar zo min mogelijk risico op bloedingen.

Conclusie: Een score die levens redt

De CHA₂DS₂-VASc score is meer dan alleen een stapel punten. Het is een gestandaardiseerde manier om complexe medische informatie te vertalen naar een begrijpelijk risicoprofiel.

Door de factoren leeftijd, geslacht, hartfalen, hypertensie als risicofactor voor atriumfibrilleren, diabetes en eerdere aandoeningen te wegen, kan een arts snel inschatten of antistolling nodig is. Voor patiënten met atriumfibrilleren betekent deze score duidelijkheid. Het geeft een houvast in een ziektebeeld dat vaak onzichtbaar is.

Hoewel de score technisch is, is de boodschap simpel: weeg de risico’s af, bespreek ze met je arts en zorg dat je goed beschermd bent. Want hoewel AFib vervelend is, is een beroerte door hypertensie en AFib het liefst te voorkomen.

Ben je zelf gediagnosticeerd met AFib en wil je meer weten over bloedverdunners en thuismonitoring?

Bespreek dan altijd de CHA₂DS₂-VASc score met je cardioloog of huisarts. Het is een klein getal met een enorme impact op je gezondheid.


Femke De Vries
Femke De Vries
Gespecialiseerd in medische diagnostische apparatuur

Femke adviseert professionals over de beste meetapparatuur voor accurate diagnoses.

Meer over Bloeddruk hartritme atriumfibrilleren

Bekijk alle 28 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Waarom hoge bloeddruk de grootste risicofactor is voor atriumfibrilleren
Lees verder →